Direct na een incident wil je collega vooral praktische steun en een luisterend oor. Vaak neemt een directe collega — jij dus — de eerste opvang op zich.
Wat voor de één schokkend is, hoeft dat voor de ander niet te zijn. Vraag niet "was het erg?" — wees er gewoon.
De aanval als verdediging — ook verbaal.
Weg willen, letterlijk of in je hoofd.
Bevriezen; even helemaal niets kunnen.
Meebewegen en sussen om de dreiging klein te houden.
De meeste mensen herstellen op eigen kracht, zeker met goede opvang.
Maar houden herbeleving, vermijding of prikkelbaarheid langer dan 4 tot 6 weken aan? Dan is het tijd voor extra hulp. Dat signaleren hoort óók bij opvang.
Opvangen is geven. Gebruik je eigen GAS-technieken (deel 2): stuur je gedachten, adem rustig, laat je schouders zakken.
Praat er zelf ook over. Ook de opvanger mag opgevangen worden.
Raakt een incident jóú? Meld het. Goed voor jezelf zorgen is geen luxe — het houdt je inzetbaar.
Preventie (organisatie + jij) → hantering (OOBA, de toolbox) → opvang & nazorg.
En de kern van alles blijft: gedrag is communicatie — E/A=C.